Aan de basis van de Griekse kunst staan de talloze beroemde mythologische verhalen, die nog steeds zijn terug te vinden in de literatuur, beeldhouwkunst, architectuur, schilderkunst en muziek.
De eerste Griekse goden werden aanvankelijk lokaal vereerd. Later verspreidden diverse cultussen zich over Griekenland en vervolgens de overige landen rond de Middellandse Zee. Tot de belangrijkste goden van het Griekse pantheon behoren Apollo (god van de zon, muziek en poëzie), Aphrodite (godin van de liefde en schoonheid), Ares (god van de oorlog), Poseidon (god van de zee) en Zeus (de oppergod). Veel Griekse goden werden later overgenomen door de Romeinen.
De vroegste Griekse literatuur is ontstaan vanuit mondelinge overlevering. Goden hadden duidelijk menselijke trekjes. Ze konden zowel nobel en gul zijn als gemeen en jaloers. Ook in de beeldhouwkunst liepen de grenzen tussen goden en halfgoden, legendarische helden en 'gewone mensen' in elkaar over. Sommige geleerden zijn hierin een weerspiegeling van de grote waarde die de oude Grieken hechtten aan het individu.
Filosofische geschriften en redevoeringen vierden hoogtij in de Griekse Oudheid. De meest invloedrijke denkers waren Socrates, Plato en Aristoteles.